basisopleiding

De basis voor elke keramist of pottenbakker.

De basisopleiding is het startpunt voor iedereen die wil leren werken met klei. Leer alles over het vormen, draaien, bakken, ontwerpen, glazuren en produceren van enkele stuks tot hele series keramiek.

In het kort.

De basisopleiding keramist en pottenbakker omvat één volle werkdag per week gedurende vier kwartalen verdeeld over twee jaar. De opleiding start in ieder kwartaal, elk kwartaal bestaat uit 12 lessen. In de laatste les wordt de opgedane kennis getoetst en de gemaakte werkstukken besproken. De kwartaal toets is niet verplicht maar geeft, wanneer afgelegd, recht op een deelcertificaat dat anderen inzicht geeft in je kwaliteiten en een geheel vormt met het uiteindelijk te behalen diploma. 

Voor diegenen met meer professionele ambities is er een uitgebreid lesprogramma. Dit programma moet gevolgd worden om de opleiding goed af te ronden en voor een diploma in aanmerking te komen. De cursisten die puur voor het plezier en vanuit een hobby met keramiek bezig willen zijn kunnen dit lesprogramma ook volgen, maar zijn daartoe niet verplicht. Voor hen is er volop ruimte om naar eigen interesse te werken.

Na elk kwartaal ben je vrij om te beslissen of je door wilt gaan. Een kwartaal overslaan kan ook, je kunt dan later weer instappen op jouw niveau.

bekijk het werk van cursisten

Praktische info:

4 kwartalen

• Elk kwartaal nieuwe instroom
• Na elk kwartaal vrij om te beslissen
of je door wilt gaan
• Vijfde kwartaal mogelijk voor afstudeerproject

12 lesdagen per kwartaal

Eén dag per week, keuze uit:
• Di 11.00 tot 18.00 uur
• Do 11.00 tot 18.00 uur
• Za 10.00 tot 17.00 uur
• Zo 10.00 tot 17.00 uur

Kosten

• €575 per kwartaal
• incl. materiaal en stoken
• Incl. koffie en thee

Algemeen

• Maximaal 14 leerlingen per dag
• Inbegrepen bij de basisopleiding is een afzonderlijke workshop glazuren.

lesprogramma

Lesstof kwartaal 1 | De basistechnieken

In kwartaal 1 maak je kennis met alle benodigde basistechnieken. We beginnen met het handvormen en de draaitechniek. Daarna gaan we elke les in op een nieuw facet van het werken met klei. Stap voor stap breid je zo je theorie en basisvaardigheden uit en sluiten we af met een evaluatie en (vrijwillige) toets. De volgende onderwerpen komen aan bod:

• Klei, het ontstaan, gesteente, plasticiteit.
• Soorten klei en hulpstoffen, pigmenten en engobe’s
• Handvorm-methoden.
• Beginselen van het draaien.
• Decoratietechnieken.
• Drogen of nat houden, luchtvochtigheid en inpakken.
• Biscuitbrand, waarom en waarin.
• Stookgebieden.
• Ovens reductie en oxidatie.
• Fritte’s, wanneer en welke
• Glazuren, functie, dompelen en spuiten.

De opdrachten:

1. Maak 6 theelepels van steengoed of porselein en glazuur ze.
2. Maak een klassieke beker of voorraad pot met de hand.
3. Maak tenminste twee gelijkmatig gedraaide koffiebekers, decoreer ze en glazuur ze transparant.
4. Maak een meesterstuk in de vorm van een sarcofaag of een examen werkstuk naar eigen keuze.
5. Beantwoord de 10 vragen theoretische kennis.

Naast de opdrachten is er voldoende tijd voor het maken van vrij werk.

Lesstof kwartaal 2 | De basistechnieken

In kwartaal 2 gaan we dieper in op alles wat in het eerste kwartaal aan bod is gekomen. Je verdiept je kennis over klei, je leert je eigen klei te maken, je gaat nog beter draaien en we maken een eerste stap richting inspiratie en vormgeving. De volgende onderwerpen komen aan bod:

• Klei, het ontstaan, gesteente, plasticiteit.
• Soorten klei en hulpstoffen, pigmenten en engobe’s
• Vormen m.b.v. drukmallen.
• Verdieping bij het draaien.
• Decoratietechnieken.
• Drogen of nat houden, luchtvochtigheid en inpakken.
• Gietklei anders dan plastische klei.
• Stookgebieden.
• Ovens reductie en oxidatie.
• Fritte’s, wanneer en welke
• Glazuren, functie, dompelen en spuiten.

De opdrachten:

1. Maak oorbellen of een halsketting met ingekleurde klei. Raadpleeg daarbij de aanbevolen literatuur.
2. Maak een klassieke beker overeenkomstig de oervorm met behulp van de door jou zelf gewonnen en verbeterde klei.
3. Maak een gedraaide voorraadpot met deksel circa ∅ 15 en hoog 18 cm met 2 kilo klei.
4. Maak 10 kommen van gietklei allemaal het zelfde, allemaal anders.
5. Beantwoord de 10 vragen theoretische kennis.

Naast de opdrachten is er voldoende tijd voor het maken van vrij werk.

Lesstof kwartaal 3 | Mallen, gieten en oriëntatie glazuren

Dit kwartaal staat, naast de verdere verfijning van alle basistechnieken, in het teken van het maken van druk- en gietmallen en een eerste introductie in het maken van eigen glazuren. De volgende onderwerpen komen aan bod:

• Wat is gips.
• Los-middelen zelf maken. Recept mallenvet.
• Het maken van de juiste gipssamenstelling.
• Het maken van de juiste gietklei-massa.
• Krimp.
• Gieten en afwerken.
• De stoptechniek en gesloten vormen gieten.
• Draaien van samengestelde vormen en het draaien van grotere vormen met behulp van ringen klei.
• Beginselen glazuurkennis
• Wat is een basisglazuur.
• In welk stookgebied werk je
• Kleuren en opaquemakers

De opdrachten | Mallen en gieten

1. Draai een cilinder van een kilo klei, 20 cm hoog met een doorsnede van 8 cm.
2. Maak 5 mallen van kleine objecten giet, of druk ze af in gietklei en bouw daarmee een sculptuur.
3. Houdt een presentatie, zoek naar documentatie en info over een historisch aspect in de keramiek. Bezoek aan een tentoonstelling hoort daar bij.
4. Maak een bouwsteen geïnspireerd op de beeldtaal van de beroemde architect F.L. Wright.
5. Beantwoord de 10 vragen theoretische kennis

De opdrachten | Glazuren

1. Maak een basisglazuur in jouw stookgebied.
2. Maak een lineair mengschema met 1 kleur of een opaak maker.
3. Maak een witte glazuur.
4. Maak een moedervorm voor een drukmal.
5. Maak een drukmal.

Naast de opdrachten is er voldoende tijd voor het maken van vrij werk.

Lesstof kwartaal 4 | Vormgeving en concept

In het laatste kwartaal ligt de nadruk op vormgeving en concept. Zaken als het vinden van jouw inspiratie en creatie van een concept komen aanbod. Dit met als doel om tot een eigen vormtaal te komen en hiermee een eindwerkstuk te creëren dat bij de toeschouwer een emotie oproept. Deze onderwerpen komen aan bod:

• Een filosofische kijk op maken: volgt vorm functie of kan het ook andersom.
• Het ontwikkelen van je concept. Je eigen vormtaal.
• Hoe roep je creativiteit bij jezelf op. Managementtrucjes. Brainstormen hoe doe je dat met resultaat.
• De laatste puntjes op de i bij het draaien.
• Welke machines zijn een aanwinst en welke alleen luxe.
• Veiligheid en Arbo. Hysterie en werkelijkheid.
• Wat zijn echt gevaarlijke stoffen. Minder gevaarlijke stoffen en ongevaarlijke stoffen.
• Eigen gereedschap maken zoals stempels en kwasten.
• Een verkenning naar het zelf bouwen van een kleine gasoven.
• Een oriëntatie op de beste leveranciers in onze branche.
• Het inpakken van oxidatie en reductie ovens.

De eindopdracht

Maak een werkstuk, meesterstuk, zelfstandig bedacht, dat bij de toeschouwer een emotie oproept.
En dit met een zekere schoonheid en eigenheid. Beschrijf welke werkwijze je hebt toegepast.